Het Deventer brandweerkorps leverde de brandweerlieden op alle locaties waar in 1976 A Bridge Too Far werd gefilmd. Het hele korps kon zich, als je niet ingeroosterd was voor de gewone inzet, aanmelden om bij de opnames stand by te staan. Fredde Förch en Fred Veeneman, destijds allebei stoere mannen van rond de 25 jaar, meldden zich zo vaak mogelijk aan. Een zomer lang zaten ze zowel letterlijk als figuurlijk dichtbij het vuur. ‘We namen de crew ‘s avonds mee naar De Pelikaan.’
Tegenover mij zitten oud brandweermannen Fred Veeneman en Fredde Förch op het puntje van hun stoel. Bij het vertellen van de herinneringen over de opnames zie ik glimmende ogen, ze gaan even terug in de tijd, het was fantastisch. ‘Wij stonden met onze brandweerwagen altijd pal achter de cameraman’, vertelt Fredde. ‘Wij zagen dus alle trucs die uitgehaald werden om het zo echt mogelijk te laten lijken. Hele bassins werden er bij de IJssellinie in Welsum gemaakt om na te bootsen hoe de soldaten door het water roeiden en beschoten werden. We zaten er met onze neus bovenop. Ik wist niet wat ik zag!’
Fred Veenama en Fredde Förch in de brandwagen die in 1976 een rol speelde in de film.
‘De opnamedag begon met een uitgebreid Angels ontbijt met worstjes en al. Daarna werd de opstelling gemaakt’, zegt Fred. ‘Vervolgens kregen wij te horen waar we precies moesten staan met ons materieel. Daar moest je geen discussie over voeren want, dan werd je weggestuurd. De opnameleider was de baas. Punt uit. Wij spraken een aardig woordje technisch Engels en dat vond de crew wel handig, want tijd om te vertalen hadden ze niet.’
In de loop van de opnamedag liet de Engelse crew zich volgens Fred en Fredde culinair aardig verwennen. Rond 11 uur was het tea time met gebak. Tussen de middag namen ze de tijd voor een goede lunch en rond vier uur zaten ze aan de high tea. Het ‘dinner’ was in de avonduren na de opnames. ‘De Engelse vakbond schreef voor dat de veiligheidsdiensten onderdeel waren van de staf en personeel. Dus wij aten en dronken overal gezellig mee’, vertelt Fred. ‘Zaten we daar gewoon met Sean Connery en Robert Redford aan tafel, dat waren gezellige mannen! Ryan O’Neal was meer afstandelijk vonden wij.’
‘Met de hele crew werden we langzamerhand een hecht team’, weet Fredde nog. ‘We lieten ze Deventer en omstreken zien en namen ze ’s avonds mee naar de Pelikaan. Hoe die mannen konden zuipen! Ongelofelijk. Ze waren natuurlijk niet gewend dat de kroegen hier tot 3 uur open waren, dus dat ging maar door. Rosé met jenever en aan het eind van de avond stonden ze op de bar te dansen.’ ‘Ja’, vervolgt Fred, ‘weet je nog al die koeltassen met (alcoholisch) lekkers tijdens de opnames en dat er leden van de crew ’s ochtends op de puinhopen van het decor lagen te pitten, met een opgeduikeld vriendinnetje naast zich?’
Hoe zit dat dan met de romantiek van jullie? Fred en Fredde beginnen te lachen. ‘Wij waren allebei getrouwd en de vrouwen waren allebei zwanger. Ik ben zelfs nog weggeroepen bij de opnames, omdat mijn dochter geboren zou worden’, zegt Fredde. ‘Onze vrouwen vonden het prima en een leuke kans maar we moesten het niet te gek maken!’
In al die weken dat Fred en Fredde wachten, wachten, keken en genoten, moesten ze één keer in actie komen. Het was een warme dag en alles was gortdroog. ‘Op een gegeven moment zagen we aan de gezichten van de mensen van special effects: hier klopt iets niet, het gaat niet helemaal zoals het moet. Een van de decorhuizen bleek ongepland echt in brand te staan. Wij maakten ons al klaar voor inzet’, vertelt Fredde. ‘Toen de opdracht voor blussen kwam, gingen de opnames gewoon door, maar het probleem was dat wij niet in beeld mochten komen. Wij hadden pakken aan uit 1975 en dat kon natuurlijk niet. Met veel moeite blusten we de brand zonder dat we in beeld kwamen. Toen we de film later terugzagen herkenden wij natuurlijk direct dat moment, want de waterstraal was wel in beeld!
Het gewone werk voor Fredde en Fred ging ook door, soms met vreselijke situaties. Fred herinnert zich een stuntman die tussen de kussens terecht kwam en zijn sleutelbeen brak. Die kon als gewonde soldaat de set weer op. Maar Fredde vertelt ook hoe brandweermannen in die tijd ook werkten als chauffeur op de ambulance. In de buurt Raalte heeft toen een ernstig ongeval plaatsgevonden. Een van de Engelse crewleden was vermoedelijk per ongeluk links gaan rijden in een flauwe bocht. Helaas zijn er ook leden van de crew bij het ongeval omgekomen. Dat was zeer heftig.
Ondanks deze dramatische gebeurtenis overheersen de positieve herinneringen. ‘De jonge zoon van producer Levine was een tijdje mee met zijn vader. Die moest ik dan, voor de veiligheid, meenemen in de brandweerwagen’, weet Fred nog. ‘Ik heb nog jarenlang ansichtkaartjes van hem gekregen, hij vond het zo gaaf.’ Over brandweerwagens gesproken. Vol trots laat Fredde een foto zien van een ladderwagen: ‘Dit is de 8, in 1944 door de Deventer bevolking geschonken aan de brandweer. En die zou in de film gebruikt worden. Prachtige wagen en we hadden hem mooi gepoetst voor de opnames. Nou, het eerste wat ze deden is modder er tegenaan gooien! In de film zit een scène waarin de Duitsers zich terugtrekken en de ladderwagen rijdt daarin met een slakkengangetje langs het kanaal. Alle figuranten lopen er achter aan. Ik zat achter het stuur.’ Fredde laat een foto zien van een jonge man in nazi-uniform. ‘Het was heel leuk om te doen maar later in de film zag je de chauffeur helemaal niet in de ladderwagen zitten!’
Fredde lacht. “We hebben zo’n plezier gehad! Die opnames vergeet ik nooit meer. Het was een hele bijzondere tijd. We hadden echt het gevoel dat we erbij hoorden. Je kon echt van elkaar op aan en wist wat je van elkaar kon verwachten.’ ‘Zo herkenbaar want ook bij de brandweer was dat altijd zo. Je hoefde nooit achterom te kijken in de wetenschap dat er altijd een maat achter je stond’, zegt Fred mijmerend.
‘Hé Fred, moeten we binnenkort met de andere mannen de film niet weer eens gaan bekijken?’, vraagt Fredde. Fred antwoordt: ‘Are you able to manage that?’ Waarop ik enigszins verbaasd kijk. Fred begint hard te lachen. ‘Tijdens een van de opnames moest een van de acteurs die zin zeggen. Die scène is wel 25 keer over gedaan. Het zinnetje is nooit meer uit mijn hoofd verdwenen.’
Zie hieronder de scène waarin de brandweerwagen van Fred en Fredde een rol speelt in de film.
Fotografie:
Viorica Cernica (portretfoto’s Fred Veenema en Fredde Förch) | Beeldarchief Gilde Deventer (archiefbeeld)
Zie ook: www.abridgetoofar.nl
Reacties 0
Nog geen reacties.
Reactie plaatsen