'Nephulpverlener' houdt bij de rechter vol dat hij niets strafbaars doet
Ayrton P., de man die zich voordoet als ambulancemedewerker en agent, ontkent dat hij zaken verzonnen heeft. Hij zegt dat het geoorloofd is dat hij mensen heeft geholpen en dat hij onterecht in de rechtbank zit. Het Openbaar Ministerie eist vijftien maanden cel, waarvan acht maanden voorwaardelijk.
P. lijkt een obsessie voor hulpverlening te hebben. Hij heeft auto's die lijken op ambulances, echte uniformen en nagemaakte politie-identificatiepasjes. Ook heeft hij meerdere portofoons, die eigenlijk van het Rode Kruis zijn.
Politie en brandweerman
De verdachte zou zich met zijn nepambulance meerdere keren hebben voorgedaan als ambulancebroeder, zoals in 2024 op Bevrijdingsdag in Groningen en in 2025 tijdens de Sneekweek in Friesland. Ook heeft P. zich volgens het OM als politieagent voorgedaan bij verschillende verkeersincidenten in Groningen. In Bedum zou hij zich hebben voorgedaan als brandweerman.
Geen antwoorden
Op de vragen van de rechter waarom hij zich voordoet als ambulancebroeder en mensen ging helpen bij calamiteiten, geeft P. geen heldere antwoorden. Hij noemt zichzelf 'zorgambulancechauffeur', een titel die hij zelf verzonnen lijkt te hebben. Ook zegt hij tegen de rechter: 'Ik mag een werkdiagnose stellen, dat mag iedereen doen.'
Geen bevoegdheid
De politie heeft alles wat de verdachte verklaart nagetrokken. Hij werkt niet bij de opgegeven werkgevers, zoals een ambulancedienst. 'Ik kan loonstroken laten zien', zegt P. daar zelf over. Het antwoord op de vraag waarom die loonstroken dan niet bekend zijn bij de rechtbank, kan hij niet geven. Ook werkt hij niet bij de politie en heeft hij geen bevoegdheid om met een ambulance met zwaailichten te rijden.
De 22-jarige Stadjer staat ingeschreven bij een mbo-opleiding verpleegkunde. Maar vanwege het politieonderzoek kan hij geen stageplek krijgen.
Het OM eist vijftien maanden celstraf waarvan acht voorwaardelijk. Daarnaast wil het OM dat P. een rijverbod en een beroepsverbod krijgt opgelegd.
De rechtbank doet uitspraak op 17 april.