Checklist bij 18 worden

Een forse verstandelijke beperking was de definitieve diagnose voor mijn zoon, nadat hij 10 jaar lang de verkeerde diagnose had gedragen. Ik had om een second opinion gevraagd, omdat het label autisme niet leek te kloppen met zijn sociale talenten.

Ik vroeg tegelijk naar de kans op erfelijkheid. Ik vermoedde dat er bij mijn bevalling iets was misgegaan, omdat ik zo nodig thuis wilde bevallen en nog niet wist dat de vroedvrouw een behoorlijk zwakke schakel kon zijn bij een haperend geboorteproces. Maar zit zo’n fout nu in het DNA van mijn zoon of niet? Ik had geen idee en vroeg het aan de arts. Hij wist het ook niet zeker, maar achtte de kans op erfelijkheid groot. En aangezien mijn zoon zijn geslachtsdeel had ontdekt, daar is hij dan weer niet te laat mee, werd het tijd om in te grijpen. Ook al kun je niet lezen of schrijven, voor geslachtsgemeenschap heb je geen diploma nodig en iedereen schijnt het min of meer vanzelf te kunnen.
Het leek me geen goed idee dat mijn zoon op een dag zou thuiskomen met de boodschap dat hij vader zou worden. Want dat zou betekenen dat ik weer een kind zou kunnen opvoeden, wanneer ik eindelijk wat meer vrijheid zou krijgen. En dus bezochten we de uroloog.

Ik was wat onder de indruk van de professionaliteit van de medici. De uroloog begreep de noodzaak van de ingreep. Mijn zoon werd op het juiste niveau te woord gestaan, niet als een debiel en niet als een jongvolwassene, en er werd aangegeven dat de ingreep niet poliklinisch zou plaatsvinden, omdat de chirurg in noodgevallen een beroep wilde doen op uitgebreid materieel wat poliklinisch niet beschikbaar zou zijn. Niemand wist immers hoe hij zou reageren op prikken en ontwaken uit verdoving.

Ook al stond ik rationeel volledig achter mijn keuze, emotioneel was het zwaar. Ik was intens verdrietig. De eerste ‘drift’ van mensen is een overlevingsdrift, dus een dak boven je hoofd, gezondheid, eten en voortplanting. Maar die laatste zal nooit meer mogelijk zijn. Zijn genen worden niet doorgezet, ook al is hij een beter mens dan velen om mij heen. En wie krijgt er nu kinderen om vervolgens bewust de lijn stop te zetten? Het voelde alsof ik had besloten over de dood van zijn nageslacht. Het was niet dat ik me al verheugde op kleinkinderen, maar het feit dat IK besliste dat die er niet zouden komen, dat deed pijn.


Hij was een held op de bewuste dag. We konden vroeg komen, zodat hij niet al te lang nuchter hoefde te blijven. Operatiehemd aan, rustgevend pilletje erbij, ik had hem nog nooit zo relaxt gezien.
Ik mocht mee naar de operatiekamer en kreeg een maanpak aan. In de operatiekamer kwamen er steeds meer mensen bij, mijn zoon vond het gezellig, stelde zich aan iedereen voor en vroeg hoe het me ze ging, gaf ze een boks en deed wat hem gevraagd werd. We grapten over de rustgevende pil die hij had gekregen, we noemden het drugs en zongen ‘ik heb 1, 2, 3, 4 pillen gebruikt en ik heb 1, 2, 3, 4 bitches in huis’, hij kreeg het infuus in zijn hand en bleef rustig. De medici moesten om hem lachen, hij was gezellig, maar toen het slaapmiddel werd toegediend door het infuus, hij een zuurstofkapje op kreeg en direct wegviel, moest ik huilen. ‘Dag stoer kind, lieve zoon.’ Ik gaf hem een kus en vertrok. Ik voelde me alsof ikzelf het mes ter hand had genomen om hem te verminken.
Een klein halfuur later lag hij al in de uitslaapkamer. Binnen 5 minuten was hij wakker. Hij kreeg een ijsje, nam een likje en gaf het terug. Op de kinderafdeling aangekomen, mocht hij eten en toen vond hij het tijd om naar school te gaan, want ‘hoe moet het met school zonder mij, de juf is ook al ziek’ en ‘ik moet koken vandaag’, wat klopt, want op woensdag kookt hij voor ons. Het infuus ging eruit, waarop mijn zoon zei: ‘kijk, mijn hand is genezen!’ En om 10 uur waren we weer weg. Hij nam afscheid van iedereen, alsof hij niet zonder ze kon. En ik bracht hem naar zijn ‘school’.

Een paar uur later haalde ik hem weer op, want natuurlijk hield hij een hele dag niet vol na een volledige narcose. Hij was kapot. Mijn stoere, lieve en grote zoon. Die geen kinderen meer zal kunnen krijgen.

‘Mevrouw, wat heeft u prachtig haar en wat staat die kleur u goed.’ Zo sprak een mij onbekende vrouw mij aan op diezelfde dag, toen ik een boodschap deed. Deze mevrouw zal nooit weten hoe veel behoefte ik had aan deze vriendelijke woorden.

Gerelateerde berichten

Mijn zoon verhuisd

Het is gebeurd, mijn zoon is verhuisd. De jongste was al vertrokken. Een jaar lang heeft hij één dag per week gewend bij zijn nieuwe onderkomen, een boerderij met nog 4 bewoners en uitzocht op de Eem. Het wennen was van beide kanten, want hij is een sp …

Woordgebruik leidt tot afstand

Ik was laatste bij een lezing van Movisie, uitgenodigd door de directeur van de dagbesteding van mijn zoon (Ontwikkelcentrum Het PLEIN), zij gaf daar een lezing over haar werkwijze vanuit het humanisme en de resultaten die ze bereikt bij de kinderen en …