Duitse veiligheidsdienst mag AfD voorlopig niet extreemrechts noemen
De Duitse binnenlandse veiligheidsdienst BfV mag de politieke partij Alternative für Deutschland voorlopig niet bestempelen en behandelen als rechtsextremistische organisatie. De bestuursrechtbank van Keulen heeft dat geoordeeld in een tussentijds vonnis. De dienst kan er nog tegen in beroep gaan.
Veiligheidsdienst BfV concludeerde vorig jaar dat de AfD extremistisch is en daar spande de partij een rechtszaak over aan. Totdat er straks een eindvonnis is, en dat kan lang duren, mag de dienst de partij niet meer classificeren en behandelen als extreemrechts.
In afwachting van het eindvonnis had de BfV zelf al besloten om de AfD voorlopig niet rechtsextremistisch te noemen. De veiligheidsdienst blijft achter zijn conclusie staan, maar zei uit tactische overwegingen de classificatie niet publiek te gebruiken.
'Sterke vermoedens'
In het tussenvonnis benadrukt de bestuursrechtbank dat er wel degelijk "sterke vermoedens" zijn dat de AfD "ongrondwettelijke activiteiten ontplooit". Er wordt bijvoorbeeld verwezen naar voorbeelden van discriminatie van moslims in het partijprogramma, maar in de spoedprocedure is nog niet vastgesteld dat de gehele partij als extreemrechts kan worden gekenmerkt.
De BfV is de binnenlandse geheime dienst die naleving van de Duitse grondwet controleert. Na een jarenlang onderzoek is wat de BfV betreft vastgesteld dat de AfD als geheel een bedreiging vormt voor de democratie. De partij wil volgens de dienst bepaalde bevolkingsgroepen buitensluiten en beschouwt specifiek Duitsers met een islamitische achtergrond als minderwaardig.
Gevierd als overwinning
De partijtop spreekt van een politiek gemotiveerde heksenjacht. Het tussentijdse vonnis is als een overwinning gevierd door de partijtop.