Wijzigingswet Burgerlijk Wetboek, enz. (geneeskundige behandelingsovereenkomst)

Geraadpleegd op 30-11-2025.
Geldend van 01-02-2006 t/m heden.

Artikel IV

De bescheiden, bedoeld in artikel 454 lid 3, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, die voorhanden zijn op het in artikel V lid 1 bedoelde tijdstip, kunnen nog gedurende vijftien jaren na dat tijdstip worden bewaard met het oog op mogelijke verstrekking overeenkomstig artikel 458, tenzij de patiƫnt een verzoek doet als bedoeld in artikel 455 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek.

Artikel V

  • 1 De artikelen van deze wet treden, behoudens het bepaalde in het tweede en derde lid, in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

  • 2 Artikel 464 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek treedt in werking met ingang van de eerste kalendermaand na verloop van vijf jaren na het in het eerste lid bedoelde tijdstip, tenzij:

    • a. bij algemene maatregel van bestuur voor daarin aan te geven situaties, bedoeld in artikel 464, een eerder of later tijdstip van inwerkingtreding is bepaald;

    • b. het betreft een situatie, bedoeld in artikel 464, waarin door bijzondere omstandigheden een te sluiten behandelingsovereenkomst nog niet tot stand is gekomen;

    • c. het betreft handelingen omschreven in artikel 446 lid 5, die worden verricht in verband met een beoogde arbeidsverhouding, een beoogde burgerrechtelijke verzekering, dan wel de toelating tot een opleiding.

  • 3 Artikel 467 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek treedt op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip in werking.

Artikel VI

Op het in artikel V, eerste lid, bedoelde tijdstip worden de artikelen 1653 tot en met 1653x van het Burgerlijk Wetboek, zoals die bij artikel I zijn vastgesteld in titel 7 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek opgenomen als afdeling 5 van die titel onder het opschrift "De overeenkomst inzake geneeskundige behandeling", en vervalt artikel I voor het overige.

  • 2 [Red: Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]

  • 3 De Minister van Justitie brengt bij de opneming in Titel 7 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek de artikelen 1653 tot en met 1653x in een doorlopende nummering, aansluitend bij de nummering van die Titel, en brengt de verwijzingen in deze en andere wetsartikelen daarmede in overeenstemming. De Minister van Justitie brengt tevens de aanduiding van leden van artikelen in overeenstemming met die welke in Boek 7 gebruikelijk is. De tekst van de aldus gewijzigde wet wordt in het Staatsblad geplaatst.