NOS logo

Verkiezingsthema

Wonen

Jongeren die noodgedwongen bij hun ouders blijven wonen, huurders die gevangen zitten in hun te dure, tijdelijke woningen en gescheiden stellen die een huis moeten blijven delen. Het is aan de nieuw verkozen politici om de vastgeroeste woningmarkt los te wrikken. Voor ze ieder hun eigen invulling geven aan waar het nou misgaat, waar gaat het nou zo mis?

De bevolking groeit

In honderd jaar groeide Nederland van 7 miljoen naar 18 miljoen inwoners. En voor allen is een woning een grondrecht. Sterker: een mensenrecht. En de overheid moet dat regelen.   Naast de bevolking groeide het aantal woningen in Nederland de voorbije eeuw ook. Hoe? Maak onderstaande grafiek af.
Hint: in 1960 waren er 2,9 miljoen, trek jouw lijn dus door dat punt.  
maak de grafiek af

x: 1960, y: 2.9

Data: CBS

Lijngrafiek van groei van aantal inwoners en aantal woningen van 1921 tor 2024. Aanral inwoners loopt van 6.8 miljoen tot 17.9 miljoen. Aantal woningen loopt van 1.48 miljoen tot 8.27 miljoen.

Het aantal woningen groeit dus redelijk mee met de bevolking. De afgelopen tien jaar is er, vooral door arbeidsmigratie, een sterkere bevolkingsgroei geweest. Daarnaast zijn in dezelfde tien jaar minder huizen gebouwd dan de jaren daarvoor. Gevolg? Een woningtekort. Dat wordt versterkt door onze manier van leven die veranderd is. Hoe zit dat?

Van inwoners naar huishoudens

Daarvoor kijken we niet naar inwoners, maar naar huishoudens. Daarvan zijn er 8,4 miljoen. En ruim 400.000 daarvan zoeken een woning. 
Dan het aantal woningen in Nederland. In totaal zijn er bijna 8,3 miljoen woningen in Nederland - en daarvan zijn er bijna 7,9 miljoen bewoond. Nou, zo’n 400.000 over zou je zeggen. Nee. Want een groot deel daarvan staat alleen maar leeg door een verhuizing of verbouwing - of omdat het een tweede huis van iemand is.   Echt beschikbaar zijn maar 38.000 woningen.
434.000 huishoudens zijn dus op zoek naar een eigen woning en er zijn er 38.000 beschikbaar. Dat komt erop neer dat Nederland een tekort heeft aan 396.000 woningen. 

Anders, dus meer

En het aantal huishoudens in Nederland blijft sneller stijgen dan we kunnen bijbouwen.  We krijgen vooral meer huishoudens, omdat de samenstelling ervan verandert. Woon je met zijn vijven, dan ben je één huishouden, maar woon je alleen dan ben je er ook één.   Als we je zeggen dat in 1950 een op de tien huishoudens uit één persoon bestond, hoeveel denk je dan dat het er in 2024 waren? Sleep de balk naar rechts.
maak de grafiek af

1950

Aandeel eenpersoonshuishoudens

10%

2024

Aandeel eenpersoonshuishoudens

10%

Data: CBS

40 euro

Inmiddels is vier op de tien huishoudens iemand alleen. Naast (bewust, gescheiden of zoekende) alleenstaanden, zit die toename vooral bij de 65-plussers. Nederlanders worden steeds ouder, blijven langer gezond en dus langer thuis wonen. Deze oudste groep woont relatief vaak alleen, meestal na het overlijden van een partner.  

Staafgrafiek van de samenstelling van huishoudens in Nederland. eenpersoonhuis houdens: 40%, tweepersoons huishoudens: 32%, driepersoons huishoudens 12%, vierpersoons huishoudens 11%, vijf of meerpersoons huishoudens: 5%.

Data: CBS, 2024. Cijfers kunnen afwijken door afronding.

Dit is de verdeling van alle huishoudens in Nederland. En je ziet: bijna driekwart van alle Nederlandse huishoudens is alleen, of met z’n tweeën.  De huishoudens worden steeds kleiner, maar de woningen niet per se. Net zag je de verdeling van de huishoudens, nu de verdeling van de grootte van de woningen.  

Staafgrafiek van het gemiddelde oppervlakte van woningen in vierkante meters. Minder dan 50 vierkante meter: 6%, tussen de 50 en 75 vierkante meter: 15.1%, tussen de 75 en 100 vierkante meter: 22.5%, tussen de 100 en 150 vierkante meter: 35.9%, tussen de 150 en 250 vierkante meter: 16.6%, meer dan 250 vierkante meter: 3.9%.

Data: CBS, 2024. Cijfers kunnen afwijken door afronding.

Leg je de verdeling van huishoudens en woningen op elkaar, dan zie je dat er relatief veel ‘grote’ (>100m²+) woningen zijn. En je ziet ook dat er beduidend meer kleine huishoudens zijn dan ‘kleine’ (vaak beter betaalbare) woningen (<100m²). Zelfs al zou de groep kleine huishoudens met een grote woning kleiner willen wonen, dan kan dat niet in het huidige woningaanbod. We wonen gemiddeld dan ook een stuk ruimer dan vroeger. Dat is vaak ook een bewuste keuze. De welvaart is gegroeid en daarmee ook vaak de wens om ruimer te wonen. Daarnaast kun je, als je bijvoorbeeld van een tweepersoonshuishouden naar een éénpersoonshuishouden gaat, niet klakkeloos het aantal vierkante meters door de helft doen. Een aantal vierkante meters voor de badkamer, keuken en/of gang is in de meeste woningen wel de standaard. Waar we in 1950 nog met gemiddeld vier personen in een huis woonden, is dat inmiddels gezakt naar iets meer dan twee.   
Kortom: voor een deel is het probleem dat de woonruimte die er is, niet optimaal wordt benut. Veel mensen zitten prima waar ze zitten, maar een steeds grotere groep ook niet. Die zitten noodgedwongen ‘vast’ in hun gedeelde, te dure, te grote of te kleine woning.  Zie het als een stoelendans waar de meesten wel een stoel hebben, maar geen passende. Voor de boel écht in beweging kan komen en kan doorstromen, moeten er meer vrije stoelen bijkomen. 

Kijken, kijken, maar kopen..?

Er is een woningtekort: de vraag is groter dan het aanbod. Dat zie je terug in de prijs van een woning, in 2015 was die nog 214.000 euro. En nu? Teken de lijn.  
maak de grafiek af

Doorsnee verkoopprijs

x: 2015, y: 213.754

Data: NVM

Lijngrafiek van de doorsnee verkoopprijs van huizen tussen 1995 en 2025. De lijn start op 97.998 duizend euro en eindigt bij 495.479 duizend euro. Er is ee nscherpe stijging in prijs te zien vanaf 2015.

De gemiddelde woning kost nu bijna vijf ton. Een record met meerdere oorzaken. Naast het woningtekort drijven gestegen lonen de prijs ook op: we kunnen meer lenen, dus meer bieden. En kopers durven zo veel te lenen, omdat het woningtekort niet 1, 2, 3 is opgelost.   Met een doorsnee inkomen, dus wat de meeste Nederlanders verdienen, is kopen vrijwel onmogelijk zonder extra pot geld. Dit jaar is het modale inkomen 46.500 euro, welke hypotheek krijg je daarmee? Kies een bedrag. 
maak de grafiek af

Welke hypotheek kan je krijgen met een modaal inkomen?

50000%

Data: CBS

223786 euro

In je eentje kopen is praktisch onbegonnen werk. En een hypotheek op basis van twee modale inkomens is ook niet genoeg om een gemiddeld huis te kunnen kopen. Uiteraard maakt het nogal verschil welk type huis (kluswoning of grootte) en in welke regio je zoekt.

Wachten en wachten

Een grote groep Nederlanders is daarom aangewezen op de huurmarkt. Met twee smaken: je kunt huren bij een woningcorporatie (sociale huur) of bij een particuliere huisbaas (private huur). Om een idee te geven: zo zijn alle woningen in Nederland verdeeld. 
Woningvoorraad: Koopwoningen 59%, Sociale Huur 26%, Private Huur 15%.
Voor betaalbare huur zijn veel Nederlanders aangewezen op sociale huurwoningen. Zo kun je huren voor maximaal 900 euro per maand. Tenminste: als je lang genoeg staat ingeschreven bij een woningcorporatie en niet te veel verdient.  Hier zie je hoeveel koop- en huurwoningen er de laatste jaren zijn bijgekomen. De stijging in de koop- en private huursector zie je. Het is aan jou om de lijn voor sociale huur te tekenen. De eerste jaren zijn ingevuld.  
maak de grafiek af

x: 2018, y: 2.27892

Data: CBS

Lijngrafiek van de het aantal koop-, sociale huur en vrije sector woningen die er bij zijn gekomen tussen 2015 en 2023. De lijn voor koopwoningen loopt van 4.28 miljoen tot 4.67 miljoen. De lijn voor sociale huurwoningen loopt vant 2.26 miljoen tot 2.29 miljoen. De lijn voor vrije sector huurwoningen loopt van 1.03 miljoen tot 1.26 miljoen.

De bouw van die sociale huurwoningen, zonder winstoogmerk, ligt bij woningcorporaties. Die moesten vanwege wetgeving tussen 2013 en 2023 hoge belastingen betalen, waardoor ze veel sociale huurwoningen verkochten en van bouwen weinig kwam. Dat terwijl het aantal mensen dat wacht op een sociale huurwoning al jaren toeneemt. Hoe komt dat? Tik op de kaartjes om de redenen te zien. 
draai de kaartjes

Vrij spel op de huurmarkt?

Wie niet kan wachten, te veel verdient voor sociale huur of niet wil of kan kopen, blijft één sector over: de private oftewel vrije sector. Particuliere investeerders die woningen verhuren. Lang mochten verhuurders daar zelf de huurprijs bepalen. En net als op de koopmarkt, deed de krapte die prijs stijgen. Om dat een halt toe te roepen kwamen er maatregelen. 
draai de kaartjes
Deze maatregelen moesten huurders helpen een betaalbare woning te vinden, maar hadden een ongunstig effect. Particuliere verhuurders verkochten huurwoningen, omdat de verhuur daarvan niet meer rendabel was. Daarnaast waren het eerder juist de particuliere huurders die woonruimte toevoegden binnen het bestaande woningaanbod. Zo knipten zij vaak woningen op (denk aan studentenhuizen) of voegden ze extra verdiepingen toe. Met het verkopen van hun huizen, werden veel voorheen opgeknipte woningen weer samengevoegd als woonruimte voor één huishouden. Waardoor het aanbod in die sector is gekrompen.   Er gaan stemmen op om die maatregelen zo aan te passen, dat verhuurders weer meer huur kunnen vragen. Gemeenten vrezen dat huurders zo weer een stuk meer kwijt zijn voor een woning.   Op dit moment zijn huurders in de vrije sector gemiddeld het meest van hun inkomen kwijt aan wonen.
Percentage van inkomen naar wonen: koopwoning 19.4%, sociale huur 25.5%, vrije sector huur 33.9%.
Door de krappe woningmarkt neemt de ongelijkheid in Nederland toe. Naast (en door-) dat woningeigenaren maandelijks vaker voordeliger uit zijn, bouwen ze meer vermogen op dan huurders en dat geeft ze vervolgens weer meer kansen op de woningmarkt.

Dus:

De woningmarkt zit muurvast, vooral veroorzaakt door een woningtekort. Dat is niet ontstaan door een enorme bevolkingsgroei, maar vooral doordat onze manier van leven is veranderd: veel vaker dan voorheen leven we alleen. Het woningaanbod sluit daar niet genoeg op aan. Het tekort dat zo ontstaat, leidt tot prijsstijgingen, wachtlijsten en een vastlopende maatschappij.   Er moeten meer huizen bij komen, maar dat blijkt lastig. Tik op de kaartjes en zie waarom.
draai de kaartjes
Politieke partijen spelen een grote rol in zowel het ontstaan als het oplossen van deze wooncrisis. De woningmarkt is sterk afhankelijk van politieke keuzes: van bouwvergunningen tot huurbescherming en van investeringen tot milieuregels.  Verschillende kabinetten maakten de afgelopen jaren wetten in pogingen de woningmarkt uit het slop te trekken. Tot dusver is dat niet gelukt. Een belangrijke doelstelling om 100.000 nieuwe woningen per jaar te bouwen, werd niet gehaald. Daarnaast zijn politieke keuzes, zoals het afbouwen van de hypotheekrenteaftrek voor een grote groep kiezers nadelig, waardoor sommige politici er liever hun vingers niet aan branden. Door de wooncrisis stellen Nederlanders levenskeuzes als samenwonen en gezinsvorming uit. De arbeidsmarkt staat onder druk doordat mensen geen woning bij werk kunnen vinden. En het uitblijven van een woning bezorgt veel mensen stress, met alle gevolgen van dien.

Laat ons weten wat je van deze productie vond:

Benieuwd naar de cijfers van een ander thema?

Link naar de special over migratie
Link naar de special over zorg