Hand-out bij het vak ‘ Methoden en Technieken van Onderzoek’ FdTW
V10
Inhoud
1. Fasering bij het ontwerpen van een onderzoek..............................................................................2
Wat is een onderzoeksontwerp..............................................................................................................2
2. Wat is (een) onderzoek..................................................................................................................3
2.1 Van wetenschap naar onderzoek............................................................................................3
2.2 Bekende definitie van ‘een onderzoek’..................................................................................3
2.3 Kwantitatief vs Kwalitatief onderzoek..................................................................................4
2.4 Exploratief onderzoek (verkennend)......................................................................................5
2.5 Beschrijvend en verklarend onderzoek..................................................................................5
2.6 Theoriegericht vs Praktijkgericht onderzoek.........................................................................5
2.7 Soorten Praktijkgericht onderzoek.........................................................................................5
3. Wat is een Situatieschets (Maatschappelijk kader, projectkader)).................................................7
4. Wat is een doelstelling...................................................................................................................8
4.1 Doelstelling als afbakening....................................................................................................8
4.2 Definitie Doelstelling:............................................................................................................9
4.3 Voorbeelden van doelstellingen.............................................................................................9
5 Wat is een centrale vraagstelling (probleemstelling, centrale onderzoeksvraag,
hoofdonderzoeksvraag).......................................................................................................................10
5.1 Hoe maak je een centrale vraag..............................................................................................10
5.2 Voorbeelden van een centrale vraag:........................................................................................10
5.3 Verschillende typen centrale vragen.........................................................................................11
5.4 Onderzoeks(deel of sub)vragen...........................................................................................11
6 Wat is Begripsbepaling/begripsstelling........................................................................................12
7 Wat is Onderzoeksmodel.............................................................................................................12
8 Wat is onderzoeksstrategie (onderzoeksmethoden/methodologie)...............................................13
8.1 Onderzoeksmateriaal...........................................................................................................14
8.2 Onderzoeksstrategie/methodologie kiezen en beschrijven...................................................14
8.3 Soorten onderzoeksstrategien.methodologien......................................................................15
Deskresearch (literatuuronderzoek).............................................................................................15
Veldonderzoek (fieldresearch).....................................................................................................15
9. Wat is een plan (Werkplan, Onderzoeksplan, projectplan, Plan van Aanpak, Proposal) voor een
onderzoek............................................................................................................................................17
10. Wat gebeurt er in de uitvoeringsfase........................................................................................19
10.1 Data/gegevens verzamelen...................................................................................................19
Handout MTO v11 dd 6 nov 22
10.2 Data/gegevens verwerken/analyseren..................................................................................19
10.3 Interview uitvoeren..............................................................................................................19
10.4 Meetproces en operationaliseren..........................................................................................20
10.5 Validiteit en betrouwbaarheid..............................................................................................20
10.6 Bronnen...............................................................................................................................21
11 Verslaglegging.............................................................................................................................21
1. Fasering bij het ontwerpen van een onderzoek
Wat is een onderzoeksontwerp
Het onderzoeksontwerp heeft niets te maken met het technisch ontwerpen van een product, maar juist
met het ontwerpen van een onderzoek. Zie h1 voor de beschrijving.
Vanaf het moment dat het duidelijk is dat een onderzoek uitgevoerd gaat worden kan gestart worden
met het onderzoeksontwerp; verzinnen, uitdenken, samenstellen, structuur geven aan het onderzoek.
Het bestaat uit een conceptuele en een onderzoekstechnische fase.
(Fase 0 Orientatiefase + vooronderzoek en een probleem/opdracht analyse)
Fase 1 Onderzoeks-ontwerp-fase
1a Conceptueel-ontwerp-fase ( (van onderwerp/opdracht/probleem naar ontwerp van een
onderzoek)
oSituatieschets
oDoelstelling
oOnderzoeksmodel
oCentrale vraagstelling
oBegripsstelling
1b Onderzoektechnisch-ontwerp-fase
(van conceptueel ontwerp naar onderzoekstechnisch ontwerp van een onderzoek )
oOnderzoeksmateriaal (WAT)
oOnderzoeksstrategie (methode en technieken) (HOE)
oPlanning (WANNEER) Zie h8 voor een voorbeeld Plan van Aanpak/Proposal)
Het resultaat van Fase 1 is een van de volgende plannen
Werkplan (afgebakende onderzoekssituatie met vaste stappen),
Onderzoeksplan (zelfstandig onderzoek met eigen afbakening),
Projectplan (Plan van Aanpak, Proposal; een project met stappen en beslismomenten)
Fase 2 Onderzoeks-uitvoerings-fase
Onderzoeks-uitvoering
(van ontwerp naar uitvoering van een onderzoek)
Handout MTO v11 dd 6 nov 22
Fase 3 Onderzoeks-vastlegging (rapportage)
Het tijdens en na de uitvoering vastleggen hoe het onderzoek wordt uitgevoerd in een
scriptie/thesis/verslag/rapport.
In het verslag komen veel onderdelen van het Plan terug in uitgebreidere vorm.
2. Wat is (een) onderzoek
2.1 Van wetenschap naar onderzoek
Wetenschap is op zijn kortst gezegd het vergaren van kennis. Maar dat betreft niet alle soorten kennis.
Maar wat onderscheidt wetenschappelijke kennis van andere vormen van kennis? Volgens de oude
tweedeling van Plato: Wat onderscheidt waarheid (aletheia) van louter mening (doxa)? Denk ook aan
Socrates: Op de markt zijn vele meningen te horen. Hoe onderscheid ik de ware mening van de
onware?
Wetenschap heeft een maatschappelijk belang, en dan met name levert het ‘vooruitgang’,
Wetenschappelijke vooruitgang helpt de maatschappij om deze beter, efficiënter, prettiger, duidelijker
enz. te maken.
Wetenschap is altijd in ontwikkeling, kennis leidt tot meer kennis en ook het weerleggen van
vergaarde kennis is vooruitgang.
Kennis vergaren met wetenschap wordt bereikt door het uitvoeren van onderzoeken. Onderzoek dat
wetenschappelijke vooruitgang zal bijdragen moet voldoen aan een groot aantal criteria om waarheid
van mening te kunnen onderscheiden. Inzicht in de gebruikte methodes en technieken tijdens het
onderzoek is daarbij erg belangrijk.
Daarom zijn wetenschappelijke methode vastgelegd waar elk onderzoek aan moet voldoen. Op deze
manier wordt er op de systematische manier kennis vergaard.
Een onderzoek bestaat uit een aantal fases waarin de onderzoeksstappen worden uitgevoerd en deze
stappen worden methodisch en systematisch vastgelegd. Dit maakt het onderzoek inzichtelijk en
toetsbaar.
2.2 Bekende definitie van ‘een onderzoek’
De definitie van een onderzoek is het doelbewust en methodisch zoeken naar nieuwe kennis in de
vorm van antwoorden op vooraf gestelde vragen volgens een vooraf opgesteld plan. Het is belangrijk
dat het de volgende twee elementen bevat:
1 Doelbewust
2 Methodisch ofwel op een systematische manier
Drie kenmerken van onderzoek zijn
1. Er is een duidelijk doel: er moet iets worden uitgezocht
2. Gegevens worden op systematisch verzameld.
3. Gegevens worden systematisch geïnterpreteerd
Zonder één van deze drie kenmerken is het geen onderzoek
1. Het onderzoek heeft geen duidelijk doel;
2. De gegevens worden niet systematisch verzameld;
3. De gegevens worden niet systematisch geïnterpreteerd.
Handout MTO v11 dd 6 nov 22
Te lang om op je telefoon te lezen? Sla het op en lees het later op je computer
Voorbeeld 2: Een klanttevredenheidsonderzoek kun je ook uitvoeren door interviews af te nemen.
Dan spreken we van een kwalitatief onderzoek. Het voordeel hiervan is dat je veel informatie krijgt
van respondenten. Je kunt doorvragen op antwoorden en de diepte ingaan. Het nadeel is dat het
lastiger is om de resultaten te analyseren, omdat interpretatie altijd met subjectiviteit gepaard gaat.
Ook zijn dit soort onderzoeken vaak arbeidsintensiever.
2.3 Kwantitatief vs Kwalitatief onderzoek
Kwantitatief onderzoek wordt gebruikt om cijfermatige uitspraken te doen over een bepaalde groep.
De uitkomsten worden d.m.v. percentages en aantallen beschreven. (v.b. via telefoon, internet enz)
Bij kwantitatief onderzoek is je onderzoek gebaseerd op het meten van variabelen. Vervolgens kun je
met deze data een statistische analyse doen om tot een conclusie te komen, Hiermee krijg je een
cijfermatig inzicht in je onderzoeksprobleem.
Voorbeeld: Kwantitatief onderzoek: Een klanttevredenheidsonderzoek in de vorm van een enquête is
een voorbeeld van een kwantitatief onderzoek. Het voordeel van een enquête is dat je vooraf bepaalde
keuzemogelijkheden hebt en dat de resultaten hierdoor goed geanalyseerd kunnen worden. Een nadeel
van een kwantitatief klanttevredenheidsonderzoek is dat je de antwoordmogelijkheden van
respondenten beperkt en dat je daardoor informatie kunt missen.
Als je met je onderzoek een hoe- of waarom-vraag wilt beantwoorden, kun je het beste kiezen voor
kwalitatief onderzoek. In dit geval meet je de variabelen uit je onderzoek niet in termen van getallen
(waarden), maar ga je meer interpretatief te werk.
Kwalitatief onderzoek wordt toegepast waar diepgaand informatie gewenst is. Er wordt informatie
verzameld over motieven, gedrag, emoties, enz.
Voorbeeld 1. een bijeenkomst van 20 studenten om te discussieren wat er verbeterd kan worden aan
hun opleiding (en). (of een op een interview).
https://scriptie.nl/scriptiehulp/
onderzoeksmethode/fasen-van-de-
onderzoeksmethode
Handout MTO v11 dd 6 nov 22
2.4 Exploratief onderzoek (verkennend)
Exploratief onderzoek wordt ook wel verkennend onderzoek genoemd. Onderzoekers hebben dan nog
geen goed beeld van de resultaten die ze kunnen vinden en weten soms zelfs niet welke kant het
onderzoek zou kunnen opgaan.
Met dit type onderzoek wil je vooral ideeën opdoen en je gebruikt exploratief onderzoek dan ook om
het onderzoeksgebied te verkennen voor vervolgonderzoek.
Het doel van een exploratief onderzoek is om het onderzoeksprobleem beter te begrijpen. Hiervoor
kijk je bijvoorbeeld naar belangrijke factoren voor jouw onderwerp, mogelijke relaties hiertussen en
naar achterliggende motivaties. Hierbij zijn er geen restricties, want alle mogelijk interessante
gegevens worden verzameld.
Een exploratief onderzoek heeft vaak de vorm van deskresearch of een klein kwalitatief onderzoek
(zoals een casestudy).
Voorbeeld: Exploratief onderzoek. Je bent benieuwd naar de invloeden die de studiekeuze van een
student bepalen. Er is nog weinig informatie beschikbaar over dit onderwerp. Daarom kies je voor een
exploratief onderzoek om heel breed inzichtelijk te maken welke factoren een rol kunnen spelen in de
studiekeuze van een student. Je besluit een klein aantal studenten te interviewen. In een
vervolgonderzoek kun je op deze resultaten voortbouwen.
2.5 Beschrijvend en verklarend onderzoek
Van Mont foort heeft verschillende onderzoeken uitgevoerd die beschrijvend of verklarend van aard
zijn. Bij een beschrijvend onderzoek brengen wij een fenomeen in kaart en bij een verklarend
onderzoek zoeken wij naar mogelijke verklaringen waarom een bepaald fenomeen zich voor doet
2.6 Theoriegericht vs Praktijkgericht onderzoek
Theoriegericht onderzoek (fundamenteel onderzoek) kent twee vormen: theorieontwikkelend
onderzoek en theorietoetsend onderzoek. Voorbeeld van theorieën die centraal zouden kunnen staan:
theorieën over het belang van inspraak bij planologische processen of over milieucrimineel gedrag.
2.7 Soorten Praktijkgericht onderzoek
Bij praktijkgericht onderzoek staat het veranderen van een situatie centraal. Er zijn meer vormen:
probleemsignalerend onderzoek;
diagnostisch onderzoek;
ontwerpgericht onderzoek;
verandergericht onderzoek;
Handout MTO v11 dd 6 nov 22
evaluatieonderzoek.
Probleemsignalerend (probleemanalytisch) onderzoek
Dit onderzoek vindt plaats via signalering. Is er iets mis? Een probleemanalytisch onderzoek dient
om aan te geven dat iets een probleem is, waarom het een probleem is en/of waaruit nu het probleem
bestaat, met als doelstelling bewustmaking, consensusvorming (general agreement), etc.
Diagnostisch onderzoek;
Wat is er aan de hand?
Wilt u een diagnostisch onderzoek uitvoeren, dan probeert u inzicht te krijgen in de achtergronden,
oorzaken en samenhangen van de problematiek in kwestie.
Voorbeelden:
Bepaling van de oorzaak van de gebreken of schade die een wegconstructie vertoont.
Ontwerpgericht onderzoek;
Hierbij wordt een plan of een technisch ontwerp gemaakt, het resultaat is een plan of ontwerp. Bv.
Computer software of een nieuw type sensor voor luchtvervuiling
Verandergericht onderzoek;
In dit onderzoek wordt een plan uitgevoerd. Er kunnen bijvoorbeeld interventies uitgevoerd
(verandering andere procedure, andere regels) of maatregelen genomen worden.
In dit geval is er dus al een plan probleemoplossing is, maar dat dit ontwerp nog in de organisatie
moet worden ingevoerd. Er wordt onderzocht hoe dat het beste kan plaatsvinden. In dat geval kan een
veranderproject uitgevoerd worden om kennis te leveren die een organisatie kan benutten bij een
succesvolle uitvoering van een plan.
Evaluatieonderzoek.
In dit onderzoek worden de resultaten van een verandering onderzocht. Is het nu beter? Was het een
haalbaar en opportuun plan (planevaluatie), is het plan goed uitgevoerd (procesevaluatie) en zijn de
resultaten bevredigend (produktevaluatie)?
Handout MTO v11 dd 6 nov 22
Ontdek meer van:
- 37BUSI 1ZV60 Final Exam Summary: Business Research Methods OverviewMethodology for IE ResearchSamenvattingen100% (6)
- 14METH101 Methodology Practice Questions & Answers for Exam PrepMethodology for IE ResearchOefenmateriaal100% (6)
- 39Summary of 1ZV60 - Wesley Lecture Series: Problem Solving and ResearchMethodology for IE ResearchSamenvattingen100% (5)
- 45Summary 1ZV60 - Wesley - Lecture Notes on Business Research MethodologyMethodology for IE ResearchWerkstukken/Essays100% (5)
- 34Lecture notes 1ZV00Methodology for IE ResearchCollege-aantekeningen100% (4)
- 14Methodology Summary for Business Research Methods (BRM 101)Methodology for IE ResearchSamenvattingen100% (3)
Ontdek meer van:
3. Wat is een Situatieschets (Maatschappelijk kader, projectkader))
In Conceptuele fase van het onderzoeksontwerp wordt de huidige situatie beschrijven.
Daarin worden systematisch een aantal vragen beantwoord over de kwaliteit van de huidige situatie
zodat dat later precies kan worden aangeven wat er door het onderzoek verbeterd is.
In de fase Verslaglegging zal het onderdeel uitmaken van de Inleiding . In een inleiding staan:
-Situatieschets (met probleembeschrijving),
-Doelstelling,
-Probleemstelling (centrale vraag)
Probleemstelling als begrip
Wanneer het begrip ‘Probleemstelling’ wordt gebruikt Let dan op waarnaar met dat begrip verwezen
wordt.
1. Door Verschuren en Doorewaard wordt het begrip ‘Probleemstelling’ gebruikt als ander woord
/synoniem voor Centrale vraagstelling/hoofdvraag, Deze termen worden dan ook door elkaar
gebruikt.
Probleemstelling = Onderzoeksvragen = Centrale vraag = Centrale vraagstelling =
Hoofdonderzoeksvraag + deelvragen
2. Andere theorieën over onderzoek gebruiken het begrip Probleemstelling wel los van de centrale
vraagstelling en in de letterlijke betekenis het vaststellen van het probleem. Dit is een paragraaf in de
Inleiding na de situatieschets.
In de visie van Verschuren en Doorewaard bestaat er wel een beschrijving van waarom de huidige
situatie een ‘probleem; is. Deze probleembeschrijving is dus impliciet; zonder het de probleemstelling
te noemen.
Aandachtspunten bij de beschrijving van het probleem volgens Verschuren en Doorewaard:
Handout MTO v11 dd 6 nov 22
• Welke problemen spelen er?
• Hoe kijkt men tegen deze problemen aan?
• Wat zijn de achtergronden van deze problemen?
• In welke richting zoekt men zoal naar oplossingen?
Hoe maak je een situatieschets?
In deze paragraaf staat een uitgebreidere lijst met vragen om in een situatieschets en/of
probleeemverkenning te beantwoorden.
Deze zijn ook gericht op kwaliteitsverbetering in een maatschappelijk kader en niet alleen op
probleemsituaties.
Vragen voor een goede situatieschets.
Analyse begrippen maatschappelijk kader:
Welke actoren en factoren spelen een rol?
Analyse actoren:
Wie beoordeelt de huidige situatie met welke norm?
Wie heeft het onderzoek nodig en waarom?
Analyse feiten/factoren van het kader:
Wat is de kwaliteit van de huidige situatie?
Is er en kwaliteitsprobleem? Typering probleem?
Welke kenmerken heeft het gebied of de situatie?
Welke geografische grenzen?
Welke gevolgen heeft de huidige kwaliteit?
Hoe lang is de huidige kwaliteit al zo?
Wat zijn de precieze cijfers over de kwaliteit?
Welke deelcijfers heb je over de gevolgen van de kwaliteit?
Hoe erg zijn de gevolgen in cijfers uitgedrukt?
Wat is de historie van die kwaliteit?
Sinds wanneer is/werd het een probleem? Sinds wanneer wil iemand iets veranderen?
Zijn er door de jaren heen veranderingen opgetreden?
Analyse maatregelen of activiteiten tot nu
Welke maatregelen zijn al genomen? Wat was het effect van die maatregelen? Welke
conclusies trok men achteraf?
Aantonen relevantie onderzoek
Wat is er al onderzocht?
Welke methoden worden gebruikt?
Hoe moet dit onderzocht worden?
Analyse voor aanpak of oplossingen
Wat lijkt de beste aanpak voor een onderzoek?
4. Wat is een doelstelling
4.1 Doelstelling als afbakening
Een doelstelling beschrijft wat je kunt bereiken direct na afloop van het onderzoek. Een doelstelling
omvat de eerste afbakening van het grote kader naar een onderzoekbaar onderdeel, jouw onderzoek.
Een onderzoek heeft een doel omdat je iets wilt veranderen aan de huidige situatie. Iets nieuws
Handout MTO v11 dd 6 nov 22
maken of iets in kwaliteit verbeteren. Wat je wilt veranderen bepaalt wie de aanbevelingen moet
lezen. Een doelstelling kan heel duidelijk maken wat de opdrachtgever (of de lezer van het verslag)
kan verwachten na afloop van het project. Wat krijg ik als product? Of wat vind ik aan het eind van
het verslag als eindresultaat?
In de doelstelling leg je uit waarom je onderzoek gaat doen. Beschrijf concreet wat je met het
onderzoek wilt bereiken en wat het onderzoek moet opleveren. Dit is echter nooit het oplossen van
het probleem, maar in veel gevallen het uitbrengen van advies (tenzij onderdeel van de opdracht
ook het implementeren van een deel van de aanbevelingen is).
In het ‘doel van het onderzoek’ beschrijf je:
welke kennis en inzicht je wilt verkrijgen;
voor wie je deze inzichten wilt verkrijgen;
waarvoor deze kennis en inzichten nodig zijn;
de relevantie van het onderzoek.
4.2 Definitie Doelstelling:
Het verhelderen van de thematiek van de afstemming tussen de verschillende groeperingen door
inzicht te geven in de aard en de omvang van de bestaande afstemmingsproblemen.
4.3 Voorbeelden van doelstellingen
Een geschikte formule voor een informatierijke doelstelling luidt als volgt:
Het doel van dit onderzoek is …(a)…door…(b)….
a-gedeelte
In het a-gedeelte geeft u een kernachtige omschrijving van de bijdrage die uw onderzoeksproject
beoogt te leveren aan de oplossing van het probleem in het projectkader.
Dit gedeelte noemen we het externe doel van het project, ofwel het doel van het onderzoek.
b-gedeelte
In het b-gedeelte geeft u een kernachtige aanduiding van de wijze waarop u deze bijdrage met
onderzoek denkt te leveren.
Dit gedeelte is het interne doel van het onderzoek ofwel het doel in het onderzoek.
Voorbeelden van praktijkgericht onderzoek
a-gedeelte. Het doel van het onderzoek is:
-het helpen verbeteren van bestand X op het terrain van Z;
-het leveren van een bijdrage aan de ontwikkeling van nieuw beleid X op het terrain van Z;
-het doen van aanbevelingen aan de opdrachtgever Y voor het ontwerp voor een oplossing van
het problem Z.
b-gedeelte
-door een overzicht te geven van de meningen van belanghebbenden …;
-door inzicht te geven in de knelpunten die optreden bij …;
-door te speuren naar de achtergronden en oorzaken van het problem …;
-door een analyse te maken van het verschil tussen de gewenste en de aanwezige situatie …;
-door een vergelijking te trekken tussen …;
-door een beoordeling te geven van …, enz;
De volgende formuleringen kunnen je helpen om de doelstelling te formuleren:
Handout MTO v11 dd 6 nov 22
•De doelstelling van het onderzoek is meer inzicht te verkrijgen in …
zodat/om/waarmee/waardoor [wat kan de opdrachtgever met deze informatie bereiken?]
•De doelstelling van het onderzoek is kennis te verwerven/vergaren over …
zodat/om/waarmee/waardoor [wat kan de opdrachtgever met deze informatie bereiken?]
•De doelstelling van het onderzoek is het beter begrijpen van … zodat/om/waarmee/waardoor
[wat kan de opdrachtgever met deze informatie bereiken?]
Andere Mogelijke formuleringen zijn:
•Het doel van dit onderzoek is …
•Het doel van dit experiment is te onderzoeken of en in welke mate de hypotheses opgaan voor
… en …
•Deze studie is een eerste stap om te bekijken in hoeverre …
•In dit onderzoek wordt de relatie onderzocht tussen … en …
•Dit onderzoek biedt inzicht in de mate waarin …
5 Wat is een centrale vraagstelling (probleemstelling, centrale
onderzoeksvraag, hoofdonderzoeksvraag)
De centrale onderzoeksvraag, Door Verschuren en Dorewaard ook probleemstelling genoemd of
hoofdonderzoeksvraag is de centrale vraag die beantwoord moet worden in het onderzoek.
Het is de kernvraag waarop je verslag en je onderzoek antwoord geven.
De vraag moet los van je verslag/onderzoeksplan leesbaar en begrijpbaar zijn.
Het hele verslag bevat niets meer en niets minder dan het antwoord op deze vraag.
5.1 Hoe maak je een centrale vraag
Formuleer het WAT en het WAAROM van je onderzoek. Dat is alles.
Het formuleren van een probleemstelling is lastig, omdat in één zin moet staan wat het onderzoek
inhoudt. Dit leidt vaak tot compacte, ingewikkelde zinnen, die een heel proces vergen. Het formuleren
is zeer belangrijk en daardoor ook vermoeiend. Overigens, een probleemstelling ligt niet vast in beton,
maar kan in de loop van het onderzoek worden aangepast. Nieuwe informatie of inzichten nopen je
soms de hoofdonderzoeksvraag aan te passen.
WAT
Schrijf de inhoud van je onderzoek en de belangrijkste kernbegrippen in de probleemstelling. Maak de
vraag los leesbaar van je verslag. Realiseer je datje hele eindproduct het antwoord is op deze vraag,
niets meer en niets minder.
WAAROM
Bij het waarom kijk je verder dan dit onderzoek, je mag hier aanhaken bij lange termijn
doelstellingen. Het doel dat je formuleert hoeft niet direct na afloop van je onderzoek te behalen te
zijn. Het kan ook slechts bescheiden bijdragen aan die kwaliteitsdoelstelling.
In principe hebben alle onderzoeken in het kader van de minor RSV als ultiem kwaliteitsdoel:
bijdragen aan een duurzame leefomgeving!
5.2 Voorbeelden van een centrale vraag:
1. Wat is ......?
2. Hoe ziet ..................eruit?
3. Welke ..........................zijn er?
4. Wat is het verband/de relatie tussen
Handout MTO v11 dd 6 nov 22
5. ....................en.........?
6. Waarom is........................?
7. Hoe kan het dat ................................................?
8. Bestaat er een significant positief verband tussen
9. ..............................?
10. Is het zo dat .......................?
11. Is invoering van .............................gewenst? Zo ja, kan dit worden gedaan?
5.3 Verschillende typen centrale vragen
Type 1: Beschrijvende vraag
“Wat zijn de kenmerken van..?” “Waaruit bestaat..?”
“Bij welke groepen allochtonen komt armoede in Nederland voor?”
Type 2: Vergelijkende vraag
“Wat zijn de verschillen tussen..?” “In welke opzichten lijken... en ... op elkaar?”
“Wat zijn de verschillen en overeenkomsten bij armoede onder allochtonen in Nederland en
in Duitsland”
Type 3: Definiërende vraag
“Behoort... tot het soort?” “Waarvoor is...typerend?”
“Wat is typerend voor armoede onder allochtonen in Nederland?”
Type 4: Evaluerende vraag
“Wat zijn de positieve kenmerken van..?” “Wat is de waarde van?”
“Wat zijn de positieve kenmerken van het armoedebeleid voor allochtonen in Nederland?”
Type 5: Verklarende vraag
“Hoe komt dat?” “Wat zijn de oorzaken?”
”Wat zijn de belangrijkste oorzaken van armoede van allochtonen in Nederland?“
Type 6: Voorspellende vraag
“Waar zal dat toe leiden?” “Wat mogen of kunnen we verwachten?”
“Hoeveel armoede onder allochtonen in Nederland zal er waarschijnlijk zijn in 2025?”
Type 7: Ontwerpende of adviserende vraag
“Wat kan er aan gedaan worden?” “Hoe kan het verbeterd worden?”
“Hoe kan armoede onder allochtonen in Nederland verminderd worden?”
Type 8: Toetsende vraag
“Zorgt……ervoor dat?” “ Welk effect heeft….op….?”
“Zorgt voorlichting voor een toename van aanmeldingen van allochtonen onder de
armoedegrens voor informatiebijeenkomsten?“
5.4 Onderzoeks(deel of sub)vragen
Wanneer de centrale vraagstelling (hoofdvraag) en de doelstelling zijn vastgesteld, kan er
gedetailleerd worden. Dit gebeurt door middel van het formuleren van hulpvragen die belangrijk zijn
Handout MTO v11 dd 6 nov 22
voor het kunnen beantwoorden van de centrale vraag. Welke kennis is nodig bij het beantwoorden
daarvan? Hoe wordt informatie verzameld.
De kernbegrippen uit de centrale vraag komen in ieder geval terug als deel(sub)vragen, meestal als
korte definiërende vragen
Goede deel(sub)vragen
zijn minder complex dan de hoofdvraag.
zijn noodzakelijk om je hoofdvraag te beantwoorden.
Wanneer een deelvraag (subvraag)niet noodzakelijk blijkt, is dat een signaal om de centrale vraag te
gaan aanpassen.
Deelvragen geven ook aan welke soort kennis je nodig hebt om de Centrale hoofdvraag te
beantwoorden (kennissoorten): beschrijvend; verklarend; voorspellend, evaluatieve kennis,
prescriptieve kennis. Ontwerp vragen voor iedee soort kennis..
Voorbeeld:
Bij de centrale vraag
“Wat zijn de positieve kenmerken van het armoedebeleid voor allochtonen in Nederland?”
Kunnen worden gedetailleerd met de volgende deelvragen/subvragen
Wat zijn allochtonen
Hoeveel allochtonen zijn er in Nederland
Zijn er verschillende categorieën van allochtonen te onderscheiden
Wat is armoede.
Hoe ziet het armoedebeleid in Nederland eruit.
Hoe worden positieve kenmerken van een beleid beschreven
Welke voorwaarden worden gesteld aan allochtonen in het armoedebeleid van Nederland
Welk effect heeft het armoedebeleid op allochtonen
6 Wat is Begripsbepaling/begripsstelling
Hier worden de belangrijk begrippen en concepten uitgewerkt die nodig zijn om het onderzoek te
begrijpen. Dat kan in definitievorm, maar ook in verzamelingen(plaatjes), afbeeldingen diagrammen
ed.
Dit gaat verder dan alleen de kernbegrippen!
7 Wat is Onderzoeksmodel
Handout MTO v11 dd 6 nov 22
Met het onderzoeksmodel wordt het pad naar de doelstelling via de centrale vraag uitgedacht. Denk
daarbij aan welke informatie je nodig hebt om die doelstelling te behalen, en manieren voor het
verkrijgen en beoordelen van de informatie.
De onderzoeksobjecten en bronnen zijn: personen, de media, de werkelijkheid, documenten,
literatuur. Denk hierbij aan allerlei bronnen, databases, wetgeving, beleid, plannen, mensen met een
bepaalde functie, meningen, protocollen, redeneringen, theorie, visies etc.
Het onderzoeksmodel toont dus:
welke literatuur je gaat bestuderen;
dat je vooronderzoek gaat doen;
dat vooronderzoek en literatuuronderzoek leiden tot de aanpak en visie
dat je die visie gebruikt voor onderzoek in de praktijk;
dat praktijkonderzoek leidt tot een verzameling data;
dat je die data gaat analyseren, verwerken, vergelijken;
dat je uiteindelijk conclusies kunt trekken, aanbevelingen kan doen en/of adviezen kunt geven
om vanuit te huidige situatie de doelstelling te bereiken
Hypothesen formuleren?
Wanneer in een onderzoek met een hypothese gewerkt wordt (in theoretisch onderzoek) is de definitie
Source: http://www.afstudeerbegeleider.nl/hypothesen/
In toegepast onderzoek wordt geen hypothese gebruikt.
Een hypothese is een veronderstelling of aanname, waarvan nog bewezen moet worden of deze juist is
of niet. Het is dus een voorspelling van de uitkomst van het onderzoek dat je gaat doen. In een
hypothese wordt er een relatie gelegd tussen verschillende begrippen, meestal variabelen. Het dient
als het beginpunt van een theorie of als een mogelijke verklaring. Het staat dus niet op zichzelf, maar
gaat uit van een theorie.
Een goede hypothese vloeit voort uit de vraag en is zeer specifiek. Daarnaast geeft het een voorlopig
antwoord op je (hoofd)vraag uit je onderzoek. Daarbij is het niet zo dat een hypothese juist hoeft te
zijn. Na het onderzoek kan het ook zo zijn dat je hypothese helemaal niet uitkomt.
8 Wat is onderzoeksstrategie (onderzoeksmethoden/methodologie)
Wat is een methode, binnen het kader van onderzoek?
Een methode is een systematische en doelgerichte werkwijze (van een onderzoeker) om gegevens te
verzamelen, analyseren en te interpreteren, en zo de centrale vraag te beantwoorden
Wat is een techniek, binnen het kader van onderzoek?
Een techniek is een activiteit (van een onderzoeker) om gegevens te verzamelen, bijvoorbeeld een
enquête, interview, observatie, test of simulatie.
De keuze voor welke onderzoeksmethoden gebruikt worden, wordt bepaald door de centrale
hoofdvraag en geeft de richting en de te nemen stappen aan (strategie). De eerste opdeling van
methoden is te maken in kwalitatief (waarnemingen) en kwantitatief (getallen hoeveelheden)
Kwantitatieve en kwalitatieve methoden
Voor het doen van onderzoek zijn een kwantitatieve methoden aan te wijzen en kwalitatieve
methoden. Bij kwantitatieve methoden verzamelt de onderzoeker voornamelijk cijfermatige gegevens
en deze worden met statistische technieken geanalyseerd. Hiertegenover staan de kwalitatieve
methoden, dit zijn meestal onderzoekstechnieken die 'zachtere' gegevens opleveren waarbij de
Handout MTO v11 dd 6 nov 22
beleving van respondenten centraal staat.
8.1 Onderzoeksmateriaal
Het onderzoeksmateriaal is dat wat je gaat onderzoeken, dat waar je je informatie uit gaat halen.
Welke 6 bronnen van informatie zijn er?
Personen
Werkelijkheid
Literatuur
Media
Documenten
Onderzoek van derden
Wat is media?
Internet
Tijdschriften
Emails
kranten
Tijdschriften
Op welke 3 manieren kunnen personen als een bron fungeren?
Respondent (van enquete)
Informant (iemand die gegevens van anderen levert)
Deskundige (een persoon die kennis levert)
8.2 Onderzoeksstrategie/methodologie kiezen en beschrijven
De strategie beschrijft op welke manier je de informatie gaat verzamelen en analyseren om het
antwoord op de Centrale Vraagstelling te kunnen formuleren.
IN EEN ONDERZOEKSSTRATEGIE LEG JE VAST:
1. De onderzoeksmethodiek (later uit te werken in een gedetailleerd uitvoeringsplan);
2. Het directe verband tussen strategie en de situatieschets;
3. De keuzes die je maakt, onderbouwd met argumenten;
4. Welke resultaten hiermee bereikt worden, gerelateerd aan het doel.
De strategie zal worden bepaald door:
Het soort kennis dat je wilt produceren (het onderzoeksdoel)
Het soort data dat je gaat verzamelen en analyseren
De steekproefmethoden, het tijdschema en de setting van het onderzoek
Onderzoek doen betekent dat je op een systematische manier data/informatie verzamelt van/over het
onderzoeksobject.
Stap 1 Keuze hoe je dat doet
■Theorie (literatuur ed)
■Praktijk/het veld (observaties, waarnemingen)
Stap 2 Bepaal of je kwalitatief en kwantitatief onderzoek wil doen.
Voor gedrag of meningen van mensen kwalitatieve methoden.
Handout MTO v11 dd 6 nov 22
Voor getallen kwantitatief onderzoek.
Stap 3 kies je methodes
1. Literatuuronderzoek/desk research/ bureau-onderzoek/ bronnenonderzoek (kwalitatief)
2. Field reserach:
Survey / Massa onderzoek / Enquête/Peiling/Poll (kwantitatief met steekproef)
Interviews /focusgroep (kwalitatief)
Observatie (kwantitatief)
Experiment (kwantitatief)
Case study ((kwaltitatief)
Combinaties hiervan
8.3 Soorten onderzoeksstrategien.methodologien
Deskresearch (literatuuronderzoek)
Deskresearch is een dataverzamelingsmethode die vaak wordt gebruikt in scripties, zeker als de
opdrachtgever een bedrijf of organisatie is. Voor deskresearch worden alleen secundaire gegevens
gebruikt, oftewel gegevens die al door anderen zijn verzameld. Voorbeelden van zulke gegevens zijn
data van het CBS, archiefmateriaal of jaarverslagen van bedrijven.
Deskresearch wordt soms ook literatuuronderzoek genoemd, maar die termen betekenen niet precies
hetzelfde. Bij deskresearch is de onderzoeker meestal op zoek naar praktische informatie, terwijl de
onderzoeker bij een literatuuronderzoek vaker op zoek is naar wetenschappelijke of theoretische
informatie van andere onderzoekers.
De resultaten die uit deskresearch worden verkregen, roepen vaak weer nieuwe vragen op. Daarom
volgt vaak een vervolgonderzoek.
Voorbeeld: Deskresearch of bureauonderzoek. De eigenaar van een webshop heeft het idee dat zijn
klantenbestand en de omzet teruglopen. Met behulp van deskresearch kun je onderzoeken of dit
daadwerkelijk zo is en of de lagere omzet bijvoorbeeld te maken heeft met seizoensinvloeden. Dit kun
je doen door de facturen van het betreffende jaar te vergelijken met die van voorgaande jaren. Liepen
de verkopen altijd terug in deze tijd van het jaar of vindt de daling alleen dit jaar plaats?
Veldonderzoek (fieldresearch)
Bij veldonderzoek (fieldresearch) voer je je onderzoek uit in een natuurlijke setting voor je
respondenten, oftewel “het veld”. Hierbij verzamel, analyseer en interpreteer je data. Je kunt hiervoor
diverse dataverzamelingsmethoden gebruiken, zoals observaties of interviews.
Voorbeeld: Veldonderzoek (fielresearch)Voor een onderzoeker die meer wil weten over gebruiken in
een bepaalde cultuur kan het handig zijn om voor veldonderzoek te kiezen. De onderzoeker draait dan
mee in het dagelijkse leven van deze cultuur. Door dicht bij de mensen te komen die tot de cultuur
behoren, is het gemakkelijker om vragen te stellen en te observeren. Ook gedragen mensen zich in
hun eigen omgeving vaak natuurlijker.
Interview
Tijdens een interview stel je in een persoonlijk gesprek gericht vragen aan iemand. Je gebruikt
interviews om achter (persoonlijke) meningen, behoeften en motivaties te komen. Stel altijd open
vragen. Neem het gesprek op met je telefoon of schrijf tijdens het interview steekwoorden op zodat je
alles onthoudt. Vraag hiervoor altijd eerst toestemming aan degene die je interviewt!
De resultaten van interviews zijn niet statistisch representatief, maar geven een indicatie van wat er
leeft bij deze groep.
Handout MTO v11 dd 6 nov 22
Case study
Een case study is een geschikte onderzoeksmethode als je concrete, contextuele en diepgaande kennis
wilt vergaren over een specifiek onderwerp (oftewel een case). Met deze methode kun je de
kenmerken, betekenissen en implicaties van een case achterhalen.
Veel studenten voeren een case study uit voor hun scriptie. Met een case study kun je een onderwerp
en onderzoek namelijk goed afbakenen als je geen tijd of middelen hebt om een grootschalig
onderzoek uit te voeren.
Je kunt één case study uitvoeren waarin je uitvoerig ingaat op een onderwerp, maar je kunt ook
meerdere case studies doen om verschillende aspecten van je onderzoeksprobleem te vergelijken of
belichten.
Voorbeelden van case studies gekoppeld aan de hoofdvraag
Onderzoeksvraag Case study
Hoe kunnen de symptomen van een beginnende
nekhernia tussen de nekwervels C5 en C6 worden
tegengegaan?
Case study naar de traditionele en homeopathische
behandelmethode voor een nekhernia
Wat zijn de ecologische effecten van de herintroductie
van de wolf?
Case study naar de herintroductie van de wolf in
Yellowstone National Park
Hoe gebruiken populistische politici
geschiedenisverhalen om kiezers te winnen?
Case studies naar de speeches van de Hongaarse
premier Viktor Orbán en Amerikaanse president
Donald Trump
Hoe kunnen basisschooldocenten active
learningstrategieën toepassen?
Case study naar een basisschool in IJmuiden die
focust op active learning
Wat zijn de voor- en nadelen van windmolenparken
voor landelijke gemeenten?
Case studies naar de ontwikkeling van drie
windmolenparken in verschillende delen van het
land
Hoe veranderen viralmarketingstrategieën de relatie
tussen bedrijven en consumenten?
Case study naar de marketingcampagne voor de
iPhone X
Massaonderzoek of surveyonderzoek
Handout MTO v11 dd 6 nov 22
Bij massaonderzoek, oftewel een surveyonderzoek, probeer je met een enquête inzicht te krijgen in
economische, sociologische of psychologische variabelen binnen je doelgroep.
Bij dit type onderzoek wordt vaak gebruikgemaakt van een steekproef om een beeld te krijgen van de
populatie zonder de gehele populatie te hoeven enquêteren. Een steekproef is een kleinere groep
respondenten die de populatie vertegenwoordigt.
Voorbeeld: Massaonderzoek of surveyonderzoek. Een surveyonderzoek kan bijvoorbeeld meer inzicht
bieden in het sociale mediagebruik van jongeren tussen de 12 en 18 jaar. Je kunt deze jongeren een
enquête laten invullen over hun sociale mediagedrag, waarin vragen staan over welke sociale media
zij gebruiken, waarvoor, wanneer en hoe vaak.
Experimenteel onderzoek
Bij experimenteel onderzoek manipuleren onderzoekers een onafhankelijke variabele, waarna ze het
effect van die manipulatie bekijken. Deze onderzoek soort wordt gebruikt om causaliteit vast te
stellen. Hierbij onderzoek je of de gemanipuleerde onafhankelijke variabele een verschil in de
gemeten afhankelijke variabele teweegbrengt.
Een experiment kan zowel in de vorm van een veldonderzoek of een
laboratoriumonderzoek voorkomen.
Voorbeeld: Experimenteel onderzoek. Stel je wilt weten hoe energydrank de sportprestaties van
sporters beïnvloedt. Je laat respondenten twee keer naar het lab komen, zodat ze
krachtoefeningen kunnen uitvoeren. De ene keer drinken zij geen energydrank en de tweede keer
drinken zij van tevoren twee blikjes energydrank. De energydrank is in dit geval je onafhankelijke
variabele of je manipulatie (wel of geen energydrank). Je kunt het effect van de energydrank meten
door de resultaten van de krachtoefeningen met en zonder energydrank te vergelijken.
9. Wat is een plan (Werkplan, Onderzoeksplan, projectplan, Plan van
Aanpak, Proposal) voor een onderzoek
In de Onderzoektechnisch-ontwerp-fase wordt een planning voor een onderzoek gemaakt waarin
duidelijk wordt wanneer welke activiteiten van het onderzoek uitgevoerd worden en hoe deze
samenhangen. Dit is het resultaat van Fase1
https://www.scribbr.nl/scriptie-structuur/plan-van-aanpak/
Zo maak je een tijdsplanning voor je scriptie. Met voorbeeld template! (scribbr.nl)
Onderdeel Inhoud
Inleiding of aanleiding Onderwerp
Opdracht of vraagstuk
Opdrachtgever
Organisatieomschrijving (of in een
hoofdstuk)
Leeswijzer
Organisatieomschrijving (optioneel
hoofdstuk)
Organisatiekenmerken
Missie en visie
Handout MTO v11 dd 6 nov 22
Onderdeel Inhoud
Kernactiviteiten
Huidige situatie en ontwikkelingen
Probleemstelling en hoofd- en deel(sub)vragen Situatieschets met probleembeschrijving
Afbakening
Doelstelling (of in een hoofdstuk)
Hoofd- en deel(sub)vragen (probleemstelling)
Doelstelling en eindproduct Doelstelling (optioneel hoofdstuk)
Eindproduct (indien van toepassing)
Theoretisch kader Relevante begrippen
Relevante theorieën en modellen
Waarom deze relevant zijn
Onderzoeksopzet: Wijze van dataverzameling Het soort onderzoek
Dataverzameling
Dataomschrijving
Data-analyse
Onderzoeksvoorwaarden
Risicoanalyse
Werkplanning Onderzoeksstappen
Tijdschema
Concept-literatuurlijst Bronnen die je hebt gebruikt
Bronnen die je gaat gebruiken
Hieronder vind je de structuur van de verschillende onderdelen die je op kunt nemen in het plan.
1) Schets de core business van het bedrijf.
2) Maak een vooronderzoek en een probleemanalyse die inzicht geven in het te verwachten
probleem. Een spreidingsgrafiek of kruistabel of vergelijkingstabel kan het probleem goed
visualiseren.
3) Beschrijf de urgentie van het onderzoek.
4) Bepaal vanuit de probleemanalyse de stakeholders.
5) Vat de probleemanalyse samen in een goede probleembeschrijving van een alinea lang.
6) Verwerk de centrale begrippen in een conceptueel model.
7) Stel een doelstelling op (a en b).
a. Het eerste deel is gericht op het advies voor een bedrijfsprobleem;
b. Het tweede deel richt zich op de onderzoeker;
Handout MTO v11 dd 6 nov 22
I. Literatuuronderzoek
II. Inzichten in de gewenste situatie
III. Inzichten in de huidige situatie
IV. Analyse van de resultaten leidt tot advies
8) Maak een onderzoeksmodel.
9) Stel centrale vragen op.
10) Stel deelvragen op.
11) Verantwoord je onderzoeksstrategie.
12) Verantwoord de betrouwbaarheid van het onderzoek.
13) Bepaal je klankbordgroep.
14) Geef een overzicht (zo volledig mogelijk) van de inhoudsopgave.
15) Verwijs naar de literatuur volgens de APA-normen.
16) Maak een voorlopig literatuuroverzicht.
17) Maak een planning voor de komende zes maanden.
10.Wat gebeurt er in de uitvoeringsfase
10.1 Data/gegevens verzamelen
Met de gekozen onderzoeks-strategieën (-methoden) en technieken zoals deskresearch, enquete,
interview etc. wordt de benodigde data voor het onderzoek verzameld.
10.2 Data/gegevens verwerken/analyseren
Bij het verwerken wordt de verzamelde data kwalitatief en/of kwantitatief geanalyseerd.
10.3 Interview uitvoeren
Interviewen is een vorm van kwalitatief onderzoek waarbij je in een gesprek je gegevens verzamelt.
Er zijn verschillende soorten interviews te onderscheiden:
– Voor een gestructureerd interview heb je alle open vragen van tevoren al
op papier gezet.
– Bij een halfgestructureerd interview heb je alle onderwerpen op papier
staan die je wilt gaan behandelen. Vaak is alleen de beginvraag uitgeschreven.
– Voor een ongestructureerd interview staan alleen het onderwerp en de
gesprekspunten van het interview vast en de beginvraag. Je vraagt net zolang
door totdat het onderwerp voldoende is behandeld.
Door een of meer experts te interviewen, kun je veel informatie verkrijgen over het
onderwerp van je onderzoek.
Denk goed na over wie je wilt gaan interviewen en wat je wilt vragen.
Een interview is een vorm van fieldresearch.
Via deskresearch kun je er vooraf achter komen wie experts zijn op een bepaald vakgebied.
Maak voor jezelf een shortlist van experts die je kunt benaderen en maak tijdig interviewafspraken.
Een interview kun je face to face, telefonisch of via een onlinechat afnemen.
Handout MTO v11 dd 6 nov 22
Face to face is de meest betrouwbare vorm van interviewen, omdat je dan ook de non-verbale
communicatie van de expert kunt meenemen. Ook Skype (videocalling) is een goede optie.
Je kunt eventueel ook een groepsinterview afnemen.
Nadelen van interviews zijn:
– De antwoorden kunnen ‘gekleurd’ worden door de interviewer en daarmee
kan de informatie subjectief zijn.
– Een onderzoeker moet ervaring hebben: ‘goed interviewen is een vak’.
– De resultaten zijn moeilijk of niet te kwantificeren.
– Een interview kost relatief veel tijd en is arbeidsintensief.
Voordelen van interviews zijn:
– De onderzoeker kan doorvragen (diepte-interview).
– Door het doorvragen kunnen onvermoede details zichtbaar worden.
Soms kun je tijdens een interview de vooraf bedachte vragen van het begin tot het eind stellen.
Soms zitten er ‘vertakkingen’ in de vragen en stel je sommige vragen wel of niet, afhankelijk van het
antwoord. We noemen dit een interviewschema.
Bij volledig gestructureerde interviews is het opstellen van het interviewschema ongeveer hetzelfde
als het maken van een enquête met alleen maar open vragen.
Bij een halfgestructureerd en ongestructureerd interview is het interviewschema minder gedetailleerd.
10.4 Meetproces en operationaliseren
Het vertalen van een begrip in meetbare aspecten heet operationaliseren.
10.5 Validiteit en betrouwbaarheid
Ontwerp, uitvoering en verslaglegging moeten voldoen aan de eisen van geldigheid
(validiteit) en betrouwbaarheid.
Validiteit: meet je wat je moet meten om de conclusies te mogen trekken? Het gaat dan om
keuzes in onderzoeksontwerp, afbakening en keuze van meetmethoden.
Betrouwbaarheid: indien iemand anders het onderzoek herhaalt, komt hij/zij met dezelfde
resultaten? Gaat over objectiviteit (betekent hier: openheid van bronnen), precisie (beschrijft
exact wat gedaan is), en nauwkeurigheid (verwerking doet recht aan details, geen omissies,
e.d.).
10.6 Bronnen
Voor bronnen wordt de APA methode gebruikt. Hiervoor is een aparte Handout voor het van MTO.
11 Verslaglegging
Handout MTO v11 dd 6 nov 22
Voor de verslaglegging (rapporteren) van het onderzoek heeft de FdTW in de Afstudeerhandleiding
een beschrijving opgenomen.
Voorwoord
Geeft kader van onderzoek: wie wil je bereiken, actualiteit onderwerp, reden keuze
dit onderwerp, diepgang, wat wil je dat er gaat gebeuren, persoonlijke noot. Dus
niet: inhoud, methode of probleemstelling.
• kader moduul, instelling, niveau en periode
(bijvoorbeeld: practicum sociale vaardigheden of afstudeerverslag, Milieukunde,
Academie Ruimtelijke Ontwikkeling en Bouw, Saxion Deventer, april tot juli 2005).
• doel(groep) wie moet er iets met je verslag gaan doen?
• dankbetuigingen Bedankt....(Iet op je formuleringen!)
Inhoudsopgave
De structuur van het verslag blijkt hier: geef duidelijke titels, die specifiek zijn voor
jouw verslag (mini samenvatting). Enkele aanwijzingen:
• decimale codering Nummering paragrafen 1.2.4 etc. Maar niet bij voorwoord,
inhoudsopgave, samenvatting en literatuurlijst. Bijlagen nummeren als bijlage 1,
bijlage 2, enz. (N.B.:paginanummering loopt door in bijlagen!!) Bij voorkeur niet
meer dan drie niveaus (dus niet: 1.4.2.3).
• controleer titels Geef inzichtelijke titels!
• automatische inhoudsopgave Gebruik Invoegen/Verwijzing in Word om
inhoudsopgave te genereren.
Samenvatting
Biedt een snel overzicht van kader en belangrijkste conclusies en aanbevelingen.
Wordt ook vaak apart gepubliceerd en moet los leesbaar zijn. Veel lezers zullen
alleen je samenvatting lezen! Verwijs niet naar figuren, tabellen of andere stukken
tekst. Neem ze op of laat ze eruit.
• inhoud van de samenvatting Inleiding; de probleemstelling; de conclusie
(antwoorden op de probleemstelling) en aanbevelingen. De methoden en resultaten
beknopt opnemen.
• omvang In ieder geval 1, en in sommige gevallen 3 pagina's.
• attentie! De inleiding begint alsof de samenvatting niet bestaat! In de
samenvatting verwijs je niet naar de rest van de teksten.
Inleiding
Start verslag met introductie onderzoek en onderwerp en leeswijzer. De inleiding
kan hoofdstuk l genoemd worden, maar vaak geeft men de inleiding geen nummer
(daarover verschillen de meningen).
De helderste structuur krijg je als je deze volgorde aanhoudt:
situatieschets
doelstelling
probleemstelling
onderzoeksmethode
Belang van de studie
Inhoud van het verslag
Middenstuk/Kern inhoud van het onderzoek
Conclusie
Wat is het antwoord op de probleemstelling? De conclusie.
Goede conclusies hebben het karakter van kernachtige uitspraken.
De lezer moet in één oogopslag kunnen zien om hoeveel conclusies het
Handout MTO v11 dd 6 nov 22
gaat.
Menig lezer zal alleen je conclusies lezen (neem probleemstelling dus op!). Dat
betekent dus dat de conclusie, net als de samenvatting, leesbaar moet zijn voor
iemand die niet het hele rapport heeft gelezen.
Conclusies zijn geen verrassing! Met andere woorden: de lezer moet in de
voorafgaande hoofdstukken de onderbouwing van de conclusies kunnen
terugvinden.
Jij moet als schrijver interpreteren en conclusies trekken, helder en duidelijk.
Dit moet je niet aan de lezer overlaten.
(Let wel: conclusies van anderen horen bij de onderzoeksresultaten.)
Aanbevelingen
Concrete aanwijzingen aan de doelgroep: wat moeten ze doen? Maatregelen,
inrichting, werkwijze, implementatie.
Hoe bereik je de doelstelling(en)? Via de aanbevelingen! Onderschat dit niet! Geef
per doelgroep praktische aanbevelingen.
Wees er zeker van dat de voorgestelde aanbevelingen uitvoerbaar zijn. Dank zij de
discussie heb je misschien een verborgen variabele gevonden die de resultaten kan
tegenwerken. Hier kun je gericht voorstellen hoe die remmende werking kan
worden tegengegaan.
Pleit alleen voor echt noodzakelijk verder onderzoek.
Bronverwijzing (APA)
Bijlagen
https://www.boomhogeronderwijs.nl/media/
8/9789039526897_20070763_blader_methoden_en_technieken.pdf
https://scriptie.nl/scriptie/hbo-technisch
Handout MTO v11 dd 6 nov 22