Filosoof Fleur Jongepier (1986) is net terug van een vakantie in de Italiaanse bergen. Mossige bospaden waar je overheen moet klimmen en steile bergen die je fysiek uitputten en laten zweten: dat zijn de omstandigheden waaronder je het best kunt filosoferen, zegt de ethicus. Nee, daarvoor moet je niet aan het strand in Portugal zijn. Jongepier: ‘Iets moet een beetje aan je schudden, het moet schuren. Als je ontspannen en comfortabel bent, is de kans niet zo groot dat je ergens over na gaat denken wat een beetje pijn doet of schuurt.’
In het glazen paviljoen van een Utrechts restaurant vertelt Jongepier over wandelen in de bergen, autonomie en de groeiende macht van algoritmes. Terwijl ze een pizza met knolselderij in kwarten snijdt, vertelt ze hoe verslaafd zij zelf is aan technologie. Zelfs als ze in de bergen is. ‘In de bivakhut waar ik met mijn vriend overnachtte waren we bezig met een klimroute uitzoeken om van die hut naar een bivak hoger te komen – iets wat we van tevoren niet eens van plan waren te gaan doen. Tijdens het googelen zag ik ineens dat er iets in het bed gekerfd stond: no phone. Ik voelde me ontzettend betrapt. Dat is het wrange: kennis over hoe slecht iets is maakt geen verschil voor hoe je met die technologie omgaat. De gemiddelde techniekfilosoof is even verslaafd aan zijn of haar telefoon als ieder ander.’